Het onderwijs

Groepen 1 en 2             
In de kleutergroepen neemt spelen een belangrijke plaats in, want kleuters leren tijdens hun spel. Wij zorgen ervoor dat er veel verschillend materiaal aanwezig is en bieden gevarieerde activiteiten aan. Daardoor krijgen de kleuters de mogelijkheid zich zo optimaal te ontwikkelen. De kleuterjaren zijn immers een belangrijk startpunt voor een succesvolle schoolloopbaan De activiteiten richten zich op:
• verstandelijke ontwikkeling
• taalontwikkeling
• zintuiglijke ontwikkeling waaronder de visuele en auditieve discriminatie
• lichamelijke ontwikkeling waaronder de grove en fijne motoriek
• sociale ontwikkeling
• emotionele ontwikkeling
• zelfredzaamheid
• expressie

Belangrijk voor het verwerken van de leerstof is, dat er rekening gehouden wordt met de ervaringswereld van het kind. De activiteiten, gericht op bovengenoemde vormingsgebieden, worden daarom vaak aangeboden rondom een bepaald thema zoals de verschillende seizoenen, de jaarlijkse feesten, het menselijk lichaam.
De kleutergroepen hebben een eigen ingang aan de pleinkant van de school.

Vanaf groep 3 wordt het leren door spel meer en meer vervangen door cognitieve bezigheden; het leren zelf. De vakken en methoden sluiten aan bij de belevingswereld van het kind. Alle methoden zijn dekkend voor de onderwijsdoelen.
De school vindt zelfstandigheid van de kinderen heel belangrijk en stimuleert de kinderen ook zo zelfstandig mogelijk met de leerstof om te gaan.
Naast zelfstandigheid is ook samenwerking belangrijk. Regelmatig krijgen de kinderen opdrachten die in kleine groepjes worden uitgevoerd.
De school houdt rekening met de verschillen in mogelijkheden van de kinderen. Kinderen met een eigen leerlijn krijgen aangepaste lesstof en kinderen met een extra onderwijsbehoefte krijgen extra werk d.m.v. Levelwerk. Het uitgangspunt is dat er passend onderwijs wordt gegeven.

Vanaf groep 3 gaan de leerlingen werken met een zogenaamde taakbrief. Op de taakbrief staat een dagtaak, een taak voor twee dagen of een weektaak aangegeven met in principe al het werk dat gedaan moet worden.

Uitgestelde aandacht
In alle groepen wordt gewerkt met uitgestelde aandacht.
Bij problemen leren we de kinderen dat ze eerst zelf een oplossing zoeken. Lukt dat niet, dan vraag je het aan een ander kind binnen je eigen groepje (niet voorzeggen). Als na onderling overleg nog geen oplossing voor het probleem gevonden is, dan kan een leerling gebruik maken van een rood/groene blokje. Een rode kaart op tafel betekent voor een leerkracht dat hij/zij hulp nodig heeft. De leerling gaat op dit moment verder met andere taken op de taakbrief en de leerkracht geeft hulp op het moment dat daar tijd voor is.